*we begonnen een uurtje later om 11.00 uur (en ik nog een uur later want mn fietssleutel brak in mn fietsslot grrr).
*we spraken over het museumbezoek van de dag ervoor en dus over conceptuele kunst. Waarbij het bijvoorbeeld ging over 'betekenis geven' , over kunst die gaat over kunst en over de scheiding tussen het voorwerp en de nabootsing van het voorwerp. Niet het plaatje of de afbeelding is belangrijk maar de essentie, het idee.
*daarna onspon zich een discussie waarbij o.a. aan bod kwam: Plato over nemesis, Jorg Immendorf, Piero Manzoni, een kunstenares die puddinkjes maakt uit liposuctievet, radio Bergeik, Marinus Boezem, chambre d'Amis van Jan Hoet, Bauhaus, Lawrence Weiner, de terugtikklok van Otto, Metropolis M artikel, 'Conceptual Art uitg. Phaidon', Rauschenberg die een de Kooning uitgumde, etc.
*vervolgens gingen we actief iets doen (hiephoi!). Matthijs gaf ons de opdracht om door het gebouw te snorren en 2 voorwerpen geassocieerd op 'land' en 2 voorwerpen bij 'water' te vinden. Dit om te ondervinden dat de keuze van het materiaal onderdeel is van het kunstwerk en mede de betekenis bepaald. Vervolgens maakten we samen, in overleg 'een anker'. Waarbij de eerste poging tamelijk letterlijk, formeel en illustratief was (zie foto 1). Onze 2e poging werd al meer poetisch waarbij we een 'zeilbootje' vaste voet lieten krijgen (zie foto 2), en tegelijkertijd maakten we nog een beeld waarin het vasthouden wat een anker doet, gebruikt werd (foto 3). Vervolgens was de accu van mn fototoestel leeg en heeft Maja foto's gemaakt.
* Volgende keer is pas 10 januari ofzo, dan hebben we een tussenevaluatie: hoe ben je bezig, hoe wil je verder in het nieuwe jaar, wat is je uitgangspunt/inspiratie? Werk meenemen.
*vanaf 15.00 uur kwam Rianne Groen 4ejrs kunstgeschiedenis UU een lezing geven over conceptuele kunst wat ze reuze helder en voortvarend deed. Ze mailt haar handout (naar Matthijs?). Ze vertelde hoe de 'context' belangrijker werd, kunst niet meer 'mooi' hoefde te zijn, het draait om 'vragen stellen', het 'object' en ambacht niet meer belangrijk was en de nadruk lag op ideeen, beleving, interactie van het proces en de toeschouwer, de analyse en interpretatie, waardoor de traditie doorbroken werd. De theoretische achtergrond werd belangrijk en leunde op het logische positivisme van Wittgenstein (zintuigelijk, visueel); structuralisme (taalsystemen), semiotiek (symbolen,tekens), kritische theorie van Marcuse (maatschappelijk politiek). Vervolgens besprak ze een aantal conceptuele kunstenaars binnen de indeling 1) 'taal en analyse'; 2) seriele systemen, 3) performances en interventies, 4) institutionele kritiek. Al met al schetste ze een helder beeld van de stroming die de weg open brak voor postmodernisme en verder. Nu is nog steeds het idee achter de kunst belangrijk maar wel vaak vergezeld van beeld.
*om 17.00 renden Maja Otto Ida en ik nog even door de tentoonstelling van de Rijksacademie. Reuze tof. Volkomen kunstovervoerd zat ik daarna in de tram en verder.
Dag! groet, Ernee









Geen opmerkingen:
Een reactie posten