10 januari 2010

les 9 9 januari 2010

Wat deden we les 9?
De eerste les van het nieuwe jaar. Ida was helaas ziek maar verder waren we er allemaal. Ik was te laat o.a. vanwege trage tram, code en leslokaal kwijt, maar verder heusch dabei. Maar ik plofte in het begin nogal er in. Volgens mij ging het gesprek over ' hoe verder?'. We spraken over waarom we aan de opleiding waren begonnen. Bijvoorbeeld, om het verschil tussen amateur- en prof kunstenaar te ontdekken; als academie; voor het plezier; als uitdrukkingsmogelijkheid, middel om repertoire uit te breiden; als middel/noodzaak om uit een dal te klmmen; om uit te zoeken of je er iets mee kan (antwoord: ja); weer pad of grond onder de voeten te vinden; als compensatie naast het werk; om dichter bij jezelf te komen; om meer achtergrond te krijgen om zelf aan de gang te gaan.
 
We hadden het ook over onzekerheid over de kwaliteit van het werk. Hoe voel ik me over het werk, klopt het of klopt het niet? We spraken over hoe je zelf vaak je grootste criticus bent, maar het tentoonstellen van je werk wel kan helpen. We hadden het over of kennis van kunst iets doorprikt? Voor sommigen namelijk wel, voor andere echt niet. Wat moet je met het werk? Het stapelt maar. Waar wil je heen, verbreding of verdieping? Waar richt je je op? Ruimte, techniek, figuratie, hoe ga je dat uitdiepen, ga je daarin vragen stellen zo van: 'Als ik dat doe, wat dan?'. Roept een schilderij (werk) een nieuwe vraag in je op? Ik vond dat laatste vooral wel een interessante notie, want zo werk ik vooralsnog niet, ik maak het los van elkaar pas achteraf kan ik lijnen ontdekken.
 
Iedereen, ieders manier van werken, kwam aan bod
* Kim vertelde over hoe ze aan alles kan twijfelen maar in het tekenen niet twijfelt. Bij Maja bedachten we dat ze in een langzaam medium als schilderen snel is, en in een snel medium als film, langzaam. We spraken over hoe overgangen onrust en narigheid kunnen opleveren, maar ook mooie verschuivingen in het werk. Het ging over dat je plotseling door een moeilijke werkperiode heen kan komen en dan heb je het. Over de spanning tussen lukken en niet lukken, over de intensiteit van kleur die voortdrijft, bezetenheid van het maken en werken, strijd en vernietiging.
* Otto is bezig met ruimtes, verschuivingen, nieuwe perspectieven; een oneindig gebied dicht bij huis. Hij zou, puur als onderzoek, kunnen gaan varieren door 5 varianten van zn wcpotschilderij te maken. Te varieren met verschillende kleuren, bijvoorbeeld puur geel en rood. Het doorwrochte beheerste af te wisselen met kwaaie, losse, arrogante streken, of 'los, lullig en precies'  te gebruiken in 1 schilderij.
* Bij mij ging het over verbindingen maken. Beperking als kader, wat ik dan gelijk wil uitstulpen. We spraken over de combinatie van woord en beeld en communicatie. Bij gebrek aan tijd/rust kan het helpen om een kader op te zetten en regelmatig daar verder mee te gaan. Daarna ging het voort over complexiteit en raadsels, betoverd en geintrigeerd raken door een beeld. Een idee beschrijven, wat een eigen leven mag leiden, waar de intelligentie geen grip op heeft, waardoor iets anders kan ontstaan, het los komt, de autonomie van het ding aan bod komt; kortom de magie van het beeld. Op het goede moment stoppen, afstand nemen, kijken of het werkt. Spreekt het tot mij? Harm had catalogus meegenomen van Ilya Kabakov ' Installations 1983-1995' , ernstig leuk. http://images.google.nl/images?hl=nl&rlz=1T4SUNA_enNL313NL313&q=Ilya+Kabakov&um=1&ie=UTF-8&ei=Cr9JS-LRN8js-AaBrqVM&sa=X&oi=image_result_group&ct=title&resnum=1&ved=0CBUQsAQwAA
*Toen Mara aan de beurt was ging het over de wens tot een eindresultaat te komen. Te beginnen met een plaatje. Voorbereidend rondzwerven door de stad, naar de bibliotheek. De meerwaarde van het schilderen zelf, de handeling, het kader invullen, het plezier van kleur, tot ze 'gatverdamme' het niet meer weet, ze zichzelf dwingt de kwast vast te houden en het een brei, een bruine derrie wordt en ze denkt waar ben ik mee bezig? Waar is ze mee bezig, een tip van de sluier: met ruimtes, geheimzinnigheid, een vermoeden dat er nog iets anders aanwezig is in sfeer en betekenis. Op de rand van abstract en toch figuratief. Waarop het ging over manieren van abstraheren, bijvoorbeeld zoals Nicolaas de Stael [ was dit hem? http://nl.wikipedia.org/wiki/Nicolas_de_Sta%C3%ABl]  doet door vereenvoudiging van de werkelijkheid, hij abstraheert met vlakken vanuit verf en compositie. Terwijl Aron van Erp abstraheert door weg te halen, halve incomplete beelden te schilderen. Suggestie middels kleur en compositie, daar is Mara naar op zoek.
*Bij Jacobien gaat het om het plezier, ze werkt als het kriebelt. Ze wil verder komen door doen. Bij keramiek ontstaat een vorm door het kleien zelf. Maar over het glazuur en de kleur moet je vantevoren nadenken. Als het keramiekwerk lukt, zet ze het in de boekenkast, zichtbaar voor mensen die langskomen. Tekenen doet ze voor zichzelf maar daarin is meer openheid naar anderen gekomen. Nadenken over wat gebeurt er, wat doe ik? Al tekenend gevoelens en gedachten de ruimte geven, sturen door zoals in de vorige les, in soort hierogliefen scriptietijd horizontaal weer te geven met grapjes en al. Variaties aanbrengen door groter te maken, ander materiaal te gebruiken, andere kleuren.
 
Werkbespreking
~Kim liet 2 grote 'landschappen' in oliepastel zien die ze aan de muur hing. Ze wees de plekken aan die ze fijn vond. [Helaas fototoestel vergeten {Kim foto's?}.] In de bespreking ging het over het landschappelijke, schrift/tekens. Over weghalen, eroverheen gaan. Over energie en de drift een tekening te maken, die je in de werken kunt waarnemen. Over krachten die van verschillende kanten van buiten het beeld komen. Wat je kunt met pastel, smeren, weghalen. Welke is spannender? Welke meer geworsteld (niet); Welke meer eenheid? Over structuur en huiden. Het materiaal staat niet alleen ten dienste aan de afgebeelde palen maar de materie lijkt een eigen verhaal te vertellen. Over de horizon weghalen om het landschappelijke weg te halen, dan krijg je een benauwder beeld, dan werk je nog meer met de materie, wat een sterk punt van Kim is. Zonder horizon verlies je ook veel houvast, maar het staat dan niet ten dienste van de horizon en diepte, maar werkt autonoom, de materie gaat spreken, fluisteren enz. Harm raadt Kim aan ook te kijken naar het werk van Jacobien de Rooij http://www.jacobienderooij.nl/ die binnenkort in Arti komt en met krijt bomen, landschappen maakt.
~Maja wilde zichzelf bezighouden, zij maakte bijna 'strafwerk'; schreef ' artwork' op verschillende manieren op 3 vellen en maakte op de vierde een soort 'publiek' . De vier tekeningen lijken een geheel, zijn gemaakt in hetzelfde tijdsbestek. Het lijkt te spotten met 'artwork', ze gaan een relatie met elkaar aan. Het snelle luchtige en bezetenheid plus beheersing raakt. Ze liet ook nog werk zien van stoelen bij de vuilnis in ecoline wat ze groot zou kunnen uitwerken in olieverf. Plus vier bijna conceptuele werken met krantenteksten en ecolinevlekken, wat ze kan bewaren en in gedachten houden. [maja foto's?}  
 
Opdracht: hoe teken je een sfeer vanuit een foto met alleen potlood of pen dus zonder kleur?
Mara tekende trage wijsheid; Fietsen; Streng. Dat ook meenemen in de catalogus met de sferen van het eigen werk.
In de catalogus flitsen meenemen die indirect met het werk te maken hebben.
Maja, tekende wanhoop. Voor de catalogus het alledaagse meenemen, bijvoorbeeld in gekke gezichten of vreemde voorwerpen.
Jacobien, tekende harmonie, in eenvoud en in een vol blaadje. Vlakken en lijnen heel precies tegen het grijs wat een spanning gaf. In catalogus kan ze 'aandacht en opgaan in het werk' meenemen.
Otto tekende verdrukking op een lossere manier. Naar het hele beeld kijken, niet focussen op slechte plekken maar juist plekken die te mooi zijn afbreken. Hij kan in de catalogus bijvoorbeeld een deel schilderen, deel tekenen, deel fotograferen.Een werk maken van panelen, installatie-achtig; van tekeningen, schilderijen en daarmee bijna fysieke ervaring creeeren. In andere maten, plakken, meubelblaadjes gebruiken, alledaagse werelden vervreemden, een eigen wereld opbouwen uit bv waterkokers.
Kim, tekende, oplettend, argwanend stilstaande ganzen, terwijl de rest beweegt wat contrast geeft; de puntige lijnen drukken dat uit. Lijnvoering, ruimtes, structuren en ze zou een catalogus vol ganzen kunnen maken.
'Verrassing, wij zien het niet, maar er lijkt toch wat te gebeuren', ' kronkels zijn altijd welkom', aldus Harm.
Ik tekende licht en oprukken in een leip tekeningetje, daarna in een tweede tekening 1 detail uitvergroot, tekende ik een soort gevleugelde zorrozeehonden. Zou in catalogus ook kunnen tekenen en dergelijke tekeningen ook kunnen gebruiken voor mijn werk, 'tekenen' kan ook spijkeren van dingetjes op een plank betekenen. 
 
Volgende les met Harm 10 april: catalogus, werkbespreking, tekeningen maken en praten over installatie die we de les erop gaan maken.
 
Groetjes, Ernee
 
 

Geen opmerkingen:

 
javascript:void(0)